Eindejaarstips 2017/2018

Home » Eindejaarstips 2017/2018 » Nieuws » Eindejaarstips 2017/2018

De fiscale regelgeving is aan verandering onderhevig. Hieronder vindt u de RB-special ‘Eindejaarstips 2017’.
Deze bevat een aantal eindejaarstips en aandachtspunten voor de periode 2017/2018.


Inhoudsopgave

Tips voor de ondernemer:

1.1 Bepaal de meewerkaftrek of arbeidsbeloning van uw meewerkende partner
1.2 Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
1.3 Betaal minder belasting: benut energie- en milieu-investeringsaftrek
1.4 Voorkom de desinvesteringsbijtelling
1.5 Schat de hoogte van de winst in
1.6 Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraden af
1.7 Kijk naar mogelijkheden om een voorziening te vormen
1.8 Stel belasting uit: vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen
1.9 Herinvesteer op tijd
1.10 Bespaar eerder belasting: schrijf willekeurig af op bedrijfsmiddelen
1.11 Voorkom verliesverdamping
1.12 Zorg voor liquiditeit: verzoek om voorlopige verliesverrekening
1.13 Verlaag belasting én denk aan uw oude dag
1.14 Oudedagsvoorziening buiten de onderneming
1.15 Maak gebruik van specifieke regelingen voor de startende ondernemer
1.16 Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe
1.17 Bepaal de voordeligste uitsluiting van de aftrek van gemengde kosten
1.18 Verzoek om de regeling voor functionele valuta toe te passen
1.19 Voorkom verliesverdamping
1.20 Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op
1.21 Ga een fiscale eenheid aan en behaal voordeel
1.22 Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen
1.23 Ontvoeg maatschappijen en haal tariefvoordeel
1.24 Voorkom verbreking fiscale eenheid, decertificering vóór 1 januari 2018
1.25 Bepaal de rechtsvorm van uw onderneming
1.26 Wijzig uw boekjaar
1.27 Doe een teruggaafverzoek voor bronbelasting bij dividenden, rente of royalty’s
1.28 Vraag uw EU-btw over 2017 terug
1.29 Let op de herzieningstermijn
1.30 Vraag btw voor niet-betalende debiteuren terug
1.31 Btw-belaste verhuur: verricht de huurder genoeg btw-belaste prestaties?
1.32 Btw-ondernemer met weinig af te dragen btw: pas de KOR toe
1.33 Bewaartermijnen: controleer uw administratie
1.34 Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw
1.35 Verwerk privégebruik in de laatste btw-aangifte
1.36 Corrigeer eerdere btw-aangiften
1.37 Teruggaaf btw: verzoek om een ambtshalve teruggaaf
1.38 Doe een suppletie btw zo snel mogelijk
1.39 Controleer btw-schulden op de balans die zien op voorgaande jaren
1.40 Wees kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf

Tips voor de werkgever en werknemer
2.1 DGA: beoordeel uw verzekeringsplicht
2.2 Check de mogelijkheden van de werkkostenregeling!
2.3 Voorkom belasting over een extra beloning: dividend in plaats van loon
2.4 Beoordeel de toepassing van de DBA
2.5 Uitfasering pensioen in eigen beheer
2.6 Beoordeel uw (gebruikelijk) loon
2.7 Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel
2.8 Sluit uw lening over bij de eigen bv
2.9 Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd
2.10 Zorg voor een verklaring geen privégebruik auto
2.11 Fiscale subsidie: gebruik de LIV sinds 2017
2.12 Fiscale subsidie: gebruik de LKV vanaf 2018

Tips voor uw privésituatie
3.1 Belastingteruggaaf bij schommelende inkomsten: middeling
3.2 Lijfrente aftrekken: betaal de premie op tijd
3.3 Koop uw kleine lijfrente af
3.4 Gebruik de flexibiliteit van ‘oude’ lijfrentepolissen
3.5 Extra aftrek eigen woning: betaal rente vooruit
3.6 Woning onder water: verkoop deze (toch) nog dit jaar
3.7 Los uw (kleine) hypotheek af
3.8 Leen uw kinderen voor hun eigen woning
3.9 Bespaar belasting in box 3: stort extra in uw kapitaalverzekering eigen woning
3.10 Verzoek om dubbele vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering eigen woning
3.11 Bespaar belasting in box 3: verlaag de grondslag
3.12 Bespaar belasting in box 3: leen geld uit aan uw bv
3.13 Bespaar belasting in box 3: stort geld in uw bv
3.14 Bespaar belasting in box 3: plan de aankoop van uw woning goed
3.15 Bespaar belasting in box 3: plan de verkoop van uw woning goed
3.16 Bespaar belasting in box 3: bepaal de waarde van uw verhuurde woning
3.17 Plan de betaling van uw zorgkosten
3.18 Afschaffing aftrek scholingskosten: plan uw uitgaven
3.19 Afschaffing aftrek onderhoudskosten monumentenwoning: plan uw uitgaven
3.20 Bepaal of uw vordering uit durfkapitaal nog kann worden geïnd
3.21 Buitenlands belastingplichtige: verzoek om teruggaaf dividendbelasting
3.22 Dien een T-biljet in
3.23 Maak gebruik van jaarlijkse vrijstellingen
3.24 Maak gebruik van de verruimde schenkvrijstelling voor de eigen woning
3.25 Begiftigde te oud: toch de hoge vrijgestelde schenking
3.26 Verbind voorwaarden aan uw schenkingen
3.27 Belastingvoordeel op termijn: Doe een papieren schenking
3.28 Stem uw giften aan ANBI’s af
3.29 Vervang uw gewone gift door een periodieke
3.30 Laat uw testament (regelmatig) controleren
3.31 Huwelijksvoorwaarden vergeten? Maak deze alsnog op
3.32 Laat uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren
3.33 Huwelijksvoorwaarden: kom uw periodiek verrekenbeding na!
3.34 Nieuw huwelijksvermogensrecht 2018: kijk wat u wilt
3.35 Aangaan/wijzigen huwelijksvoorwaarden: schenking?


Tips voor de ondernemer:

1.1 Bepaal de meewerkaftrek of arbeidsbeloning van uw meewerkende partner

Werkt uw partner mee in uw onderneming? Bepaal dan hoe u moet omgaan met de beloning voor de arbeid. Daarvoor zijn er in feite drie mogelijkheden:

– Pas de meewerkaftrek toe. Dit is een aftrekpost, gelijk aan een percentage van de winst. Het percentage hangt af van het aantal uren dat uw partner meewerkt.
– Geef een arbeidsbeloning. De arbeidsbeloning is aftrekbaar bij uw onderneming en belast bij uw partner. Is de beloning niet hoger dan € 5.000, dan is deze niet aftrekbaar maar wordt deze ook niet belast bij uw partner.
– Laat uw partner toetreden tot uw onderneming. Door toetreding tot de onderneming wordt uw partner ondernemer. Uw partner kan dan misschien ook gebruik maken van de zelfstandigenaftrek, de mkb-winstvrijstelling, de oudedagsreserve e.d..

Stel vast welke mogelijkheid het beste past in uw situatie.

1.2 Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Misschien is het voordelig om dit jaar nog te investeren, of investeringen juist over het jaar heen te tillen. Op die manier kunt u optimaal gebruik maken van de investeringsaftrek en betaalt u minder belasting. De meest bekende investeringsaftrek is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Voor de KIA moet u minimaal € 2.300 aan investeringen doen. Het maximum is € 312.176. Voor sommige bedrijfsmiddelen kunt u geen KIA krijgen. Zo vallen grond, goodwill en personenauto’s in principe niet onder de KIA. Ook bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 tellen niet mee. De KIA geldt zowel voor nieuwe als voor oude bedrijfsmiddelen.

In 2017 geldt voor de KIA de volgende tabel:

null

Als u in de aangifte niet heeft verzocht om de investeringsaftrek, dan kunt u binnen vijf jaar nog een verzoek om ambtshalve vermindering doen om deze alsnog toe te passen.

1.3 Betaal minder belasting: benut energie- en milieu-investeringsaftrek

Naast KIA heeft u misschien ook recht op energie-investeringsaftrek (EIA) die kan worden toegepast als u energiezuinige investeringen doet, of milieu-investeringsaftrek (MIA) als u milieuvriendelijke investeringen doet.
De EIA bedraagt in 2017 55%. De MIA bedraagt, afhankelijk van het bedrijfsmiddel, 13,5%, 27% of 36%. Investeringen beneden een bedrag van € 2.500 komen niet voor EIA of MIA in aanmerking.
Of een bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor EIA of MIA kunt u zien in de energielijst en de milieulijst die ieder jaar opnieuw worden vastgesteld. U kunt deze raadplegen op de site van RVO.nl.

Voor de KIA hoeft het bedrijfsmiddel niet nieuw te zijn. Voor de EIA en de MIA moet dat wél. Ook moet voor de EIA en de MIA de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting digitaal via het eLoket op MijnRVO.nl. worden gemeld, anders bestaat er geen recht op de investeringsaftrek.

1.4 Voorkom de desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen vijf jaar de investeringsaftrek toegepast? En verkoopt u het bedrijfsmiddel weer? Dan krijgt u misschien te maken met de desinvesteringsbijtelling. Dit is een bijtelling bij de winst van uw onderneming, waardoor u dus een stukje van de eerdere aftrek terug moet betalen. Voor de desinvesteringsbijtelling geldt een drempel van € 2.300.

De desinvesteringsbijtelling geldt als u een bedrijfsmiddel vervreemdt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van de investering. Het begrip vervreemding is ruimer dan alleen de verkoop van bedrijfsmiddelen. Bent u van plan om binnenkort een bedrijfsmiddel te vervreemden? Kijk dan of u dit kunt uitstellen tot na de vijfjaargrens.

1.5 Schat de hoogte van de winst in

Uw bedrijf moet over de winst van het hele jaar belasting betalen. Nu het eind van het jaar nadert, kunt u beter bepalen hoe hoog de winst van dit jaar wordt. Misschien lijkt u net in een hogere schijf voor de belasting te komen. Dit kunt u proberen te voorkomen. Probeer om kosten naar voren te halen. U kunt bijvoorbeeld ook de over dit jaar te betalen belasting verlagen door een voorgenomen investering al in 2017 te doen en investeringsaftrek te claimen.

1.6 Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraden af

De bezittingen van uw onderneming staan op de (fiscale) balans gewaardeerd op de aankoopprijs, verminderd met de afschrijvingen. Als de werkelijke waarde van deze bezittingen lager is, dan kunt u deze misschien afwaarderen. Door de vorderingen, bedrijfsmiddelen of voorraden af te waarderen, kunt u voordeel behalen voor uw bedrijf. U haalt namelijk kosten naar voren, waardoor u pas later belasting betaalt.

1.7 Kijk naar mogelijkheden om een voorziening te vormen

Bent u redelijk zeker dat u in 2018 bepaalde (grote) uitgaven moet doen? Dan kunt u mogelijk nu alvast de winst over 2017 verlagen door een voorziening te vormen. Een voorziening mag u alleen vormen voor toekomstige uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2017 of eerder. Bovendien moeten de feiten en omstandigheden zijn toe te rekenen aan dat jaar.

1.8 Stel belasting uit: vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen

Heeft u dit jaar bedrijfsmiddelen verkocht en daarbij winst behaald? Dan moet u daar belasting over betalen. Dit kunt u misschien voorkomen door de winst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). U moet dan wel aan het eind van dit boekjaar het voornemen hebben om nieuwe investeringen te doen (herinvesteringsvoornemen). De investering moet in principe binnen drie jaar plaats vinden. Gedurende die drie jaar moet u het herinvesteringsvoornemen ook daadwerkelijk houden, anders valt de reserve al eerder vrij.

U moet uw herinvesteringsvoornemen aannemelijk maken, bijvoorbeeld via offerten die u opvraagt, via zoekopdrachten e.d. Als u dit voornemen niet aannemelijk kunt maken, dan kan de HIR niet worden gevormd. Bewaar de belangrijke stukken dus goed.

Een gevormde herinvesteringsreserve kunt u niet altijd op alle herinvesteringen afboeken. Wilt u bijvoorbeeld herinvesteren in een bedrijfsgebouw, dan kunt u daarvoor alleen een herinvesteringsreserve gebruiken die u heeft gevormd bij de verkoop van een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. Dat zal dan meestal ook een bedrijfsgebouw moeten zijn. U kunt bijvoorbeeld niet een op een verkochte auto gevormde herinvesteringsreserve afboeken op het nieuwe bedrijfsgebouw.

1.9 Herinvesteer op tijd

Heeft u in het verleden een herinvesteringsreserve gevormd? Dan blijft deze (in principe) maximaal drie jaar in stand. Als u binnen die tijd niet investeert, dan valt de herinvesteringsreserve belast vrij en moet u hier alsnog belasting over betalen. Bewaak daarom deze termijn en herinvesteer op tijd. Voor een herinvesteringsreserve die in 2014 is gevormd, moet u uiterlijk op 31 december 2017 herinvesteren.

Van een ´herinvestering´ is al snel sprake. Het is namelijk al voldoende als een verplichting is aangegaan. U hoeft dus niet aan te sluiten bij de levering van een bedrijfsmiddel.

Onder bijzondere omstandigheden kan de termijn om te herinvesteren worden verlengd. Vraag de verlenging op tijd aan.

1.10 Bespaar eerder belasting: schrijf willekeurig af op bedrijfsmiddelen

U moet als ondernemer afschrijven op bedrijfsmiddelen omdat deze in waarde dalen. Deze afschrijving is aftrekbaar van de winst. Soms kunt u gebruik maken van willekeurige afschrijving. Dat houdt in dat u eerder en meer mag afschrijven, en zo belastingheffing kunt uitstellen. Willekeurige afschrijving is er voor milieu-investeringen (VAMIL), maar ook voor startende ondernemers.

Op de site RVO.nl kunt u de zogenaamde milieulijst raadplegen. Op die lijst vindt u naast bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de VAMIL ook bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). Sommige bedrijfsmiddelen komen voor beide faciliteiten in aanmerking. Daardoor kan het fiscale voordeel nog meer oplopen. De milieulijst wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld.

In 2017 kunnen startende ondernemers over hun investeringen tot maximaal € 312.176 willekeurig afschrijven.

1.11 Voorkom verliesverdamping

Heeft uw onderneming in het verleden verliezen geleden? Dan kunt u deze misschien nog salderen met winst die u in 2017 maakt. Zorg ervoor dat u de verliezen op tijd verrekent, want hier zijn termijnen voor. Verrekening kan namelijk alleen met de winsten van de voorgaande drie jaren (voor bv’s één jaar) en volgende negen jaren. Na die negen jaar, vervallen de verliezen.

Heeft u nog openstaande (niet-verrekende) verliezen, dan zijn er mogelijkheden om de verliesverdamping te voorkomen. Zo kunt u stille reserves realiseren. Let ook op wanneer winst wordt genomen.

1.12 Zorg voor liquiditeit: verzoek om voorlopige verliesverrekening

Verwacht u dat uw onderneming in 2017 een verlies heeft, laat dan uw voorlopige aanslag 2017 op nihil stellen. Daarmee voorkomt u namelijk dat u te veel belasting vooruit betaalt. U heeft dan meer geld beschikbaar voor uw ondernemingsactiviteiten.

Als het boekjaar voorbij is, dan kunt u zodra u de aangifte heeft ingediend een verzoek doen om een voorlopige verliesverrekening. Het voordeel daarvan is dat u al 80% van het verlies kunt benutten. Met andere woorden, heeft u per saldo over de jaren 2014, 2015 en 2016 winst gemaakt en heeft u dit jaar een verlies? Vraag dan snel een voorlopige verliesverrekening aan.

De voorlopige verliesverrekening wordt later verrekend met de definitieve verliesverrekening. De voorlopige verliesverrekening leidt tijdelijk (op korte termijn) tot meer liquiditeiten.

1.13 Verlaag belasting én denk aan uw oude dag

Als ondernemer kunt u een deel van de winst reserveren voor uw oude dag. In 2017 mag u 9,8% van de winst, maar maximaal € 8.946, reserveren in de zogenaamde oudedagsreserve. Over het deel van de winst dat u toevoegt aan de oudedagsreserve betaalt u nu geen belasting.

Voor de toevoeging aan de oudedagsreserve gelden wel voorwaarden. U moet bijvoorbeeld voldoen aan het urencriterium en u mag nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.

Let op! Als u de oudedagsreserve niet aanwendt voor de aankoop van een lijfrenteproduct dan betaalt u uiterlijk bij staking van uw onderneming belasting over de oudedagsreserve.

1.14 Oudedagsvoorziening buiten de onderneming

U kunt als ondernemer een oudedagsvoorziening opbouwen in de onderneming (de oudedagsreserve). Maar als u dat niet wilt, mag u de oudedagsvoorziening natuurlijk ook buiten de onderneming opbouwen. U kunt dit bijvoorbeeld doen via een lijfrente die u bij een bank of verzekeraar aankoopt.

Let op! Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening, kunnen alleen worden afgetrokken voor zover er een pensioentekort is. Daarom gelden er speciale rekenregels.

1.15 Maak gebruik van specifieke regelingen voor de startende ondernemer

Startende ondernemers kunnen gebruik maken van bijzondere regelingen die fiscaal voordeel kunnen brengen. Zo zijn er:
– een soepeler urencriterium. Registreer de uren goed om de ondernemersfaciliteiten te kunnen benutten;
– een verhoogde zelfstandigenaftrek;
– een verhoogde aftrek speur- en ontwikkelingswerk;
– willekeurige afschrijving voor startende ondernemers.

Bent u startende ondernemer? Maak dan nog gebruik van deze mogelijkheden.

1.16 Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe

Valt uw onderneming niet onder de inkomstenbelasting maar onder de vennootschapsbelasting? Dan kunt u misschien de innovatiebox toepassen. Er zijn ook andere fiscale stimuleringsmaatregelen die (veel) liquiditeiten kunnen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-regeling).

Met ingang van 2018 verandert de mededelingsplicht voor de uren, kosten en uitgaven voor de afdrachtvermindering S&O. Nu moet nog meerdere keren per jaar een mededeling worden gedaan, vanaf 2018 hoeft dit nog maar één keer.

Het nieuwe kabinet heeft voorgesteld om het effectief tarief van de innovatiebox per 1 januari 2018 te verhogen van 5% naar 7%.

1.17 Bepaal de voordeligste uitsluiting van de aftrek van gemengde kosten

Heeft u in 2017 gemengde kosten gehad? Dan zijn deze tot € 4.500 niet aftrekbaar. U kunt er echter voor kiezen om dit bedrag te vervangen door een beperking van de aftrek van kosten tot 80%.

Voor ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, gelden afwijkende regels. Drijft u uw onderneming in de vorm van een bv, dan is het bedrag van de niet-aftrekbare kosten gelijk aan 0,4% van het belastbaar loon van alle werknemers samen, met een minimum van € 4500. In dit geval kan de bv er ook voor kiezen om 73,5% van de werkelijk gemaakte kosten in aftrek te brengen.

Bereken bij het opstellen van de jaarcijfers en de aangifte goed wat het meest voordelig is in uw situatie.

1.18 Verzoek om de regeling voor functionele valuta toe te passen

Valt uw onderneming onder de vennootschapsbelasting? Dan moet de aangifte vennootschapsbelasting in euro’s worden gedaan.Maar als uw onderneming de jaarrekening opmaakt in een andere munteenheid, dan kan de aangifte ook in die munteenheid worden gedaan. Dit kan voordeel opleveren. Zo kunt u er namelijk voor zorgen dat valutaresultaten niet meer van invloed zijn op de vennootschapsbelasting die u in Nederland moet betalen. Wilt u vanaf 1 januari 2018 gebruikmaken van deze regeling voor functionele valuta? Doet u dan vóór 1 januari 2018 een verzoek bij de Belastingdienst.

Een keuze voor de regeling voor functionele valuta geldt in principe voor tien jaar.

1.19 Voorkom verliesverdamping

Heeft uw bv in het verleden verlies geleden? Dan kan de bv dat verlies één jaar naar het verleden en negen jaar in de toekomst verrekenen. Dat betekent dat verliezen van 2008 na 2017 niet meer kunnen worden verrekend. Als uw bv nog verliezen uit 2008 heeft, zorgt u er dan voor dat deze uiterlijk dit jaar worden verrekend.

Voor houdsterverliezen geldt een bijzondere regeling/beperking.

In het Regeerakkoord 2017 zijn plannen opgenomen om de termijn om verliezen in de toekomst te verrekenen, te verkorten van 9 naar 6 jaar.

1.20 Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op

De laatste jaren is er veel discussie over leningen tussen vennootschappen. Als de lening niet op zakelijke voorwaarden is verstrekt, dan is de lening onzakelijk. Van een onzakelijke lening is sprake als de lening is verstrekt onder voorwaarden die alleen een aandeelhouder zou overeenkomen. Dit is bijvoorbeeld een lening zonder voldoende zekerheden voor de schuldeiser. Als er sprake is van een onzakelijke lening, dan is een afwaarderingsverlies op die lening niet aftrekbaar.

Om te voorkomen dat een lening als onzakelijk wordt aangemerkt, moet u allereerst een leningsovereenkomst opstellen. Zorg dat u goede afspraken maakt over de te betalen rente en aflossing en over zekerheden voor de schuldeiser. Dit geldt natuurlijk ook als de lening wordt verstrekt tussen de vennootschap en de aandeelhouder-natuurlijk persoon.

1.21 Ga een fiscale eenheid aan en behaal voordeel

Wordt uw onderneming gedreven door meerdere vennootschappen, dan moet u voor alle vennootschappen een aangifte indienen. Een fiscale eenheid vennootschapsbelasting kan uwonderneming (fiscale) voordelen bieden. Zo zijn de onderlinge transacties voor de vennootschapsbelasting niet zichtbaar. Daardoor hoeft u hierover geen belasting te betalen. Ook mogen verliezen van de ene vennootschap worden verrekend met de winst van de andere vennootschap. Voor alle vennootschappen samen hoeft u slechts één aangifte vennootschapsbelasting te doen.
Om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aan te kunnen gaan moet voldaan worden aan een aantal vereisten. Zo moet de moedermaatschappij minstens 95% van de aandelen bezitten, die 95% van de stemrechten vertegenwoordigen en recht geven op minimaal 95% van de winst en het vermogen van de dochtermaatschappij.
Bepaal of een fiscale eenheid nuttig kan zijn. Wilt u met ingang van 1 januari 2018 een fiscale eenheid aangaan, zorgt u er dan voor dat u tijdig een verzoek doet bij de Belastingdienst.

Wilt u achteraf een fiscale eenheid? Dat kan dat met maximaal drie maanden ‘terugwerkende kracht’ als u daarom verzoekt. Dus als de fiscale eenheid per 1 januari 2018 moet ingaan, dan moet u het verzoek vóór 1 april 2018 indienen.
Soms is het ook mogelijk om een internationale fiscale eenheid aan te gaan.

Binnen een fiscale eenheid vennootschapsbelasting moeten de maatschappijen de verschuldigde vennootschapsbelasting verdelen. Zorg voor een overeenkomst waarin de verrekening goed is vastgelegd.

1.22 Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen

Heeft u een fiscale eenheid vennootschapsbelasting? Dan biedt deze misschien veel voordelen. Een fiscale eenheid kan ook nadelen hebben. Denk aan de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelastingschuld van de fiscale eenheid. Dit nadeel kunt u, voor toekomstige schulden, voorkomen door verbreking van de fiscale eenheid.

Een verzoek om de fiscale eenheid te verbreken, moet zijn gedaan vóór het gewenste moment van verbreking. Dus als een fiscale eenheid per 1 januari 2018 moet verbreken, dan moet het verzoek hiertoe op 31 december 2017 zijn gedaan.

Let op! Het verbreken van een fiscale eenheid kan (nadelige) fiscale gevolgen hebben.

1.23 Ontvoeg maatschappijen en haal tariefvoordeel

Heeft u een fiscale eenheid? Door deze te verbreken, kunt u misschien meerderemalen gebruik maken van het tariefsopstapje. Dat kan per vennootschap een voordeel opleveren van € 10.000. Bepaal daarom of de voordelen van zelfstandige belastingplicht groter zijn dan de voordelen van de fiscale eenheid en ontvoeg eventueel vennootschappen uit de fiscale eenheid.

Bij de berekening is al rekening gehouden met het voorstel van het nieuwe kabinet om de voorgenomen verlenging van het zogenaamde tariefopstapje per 1 januari 2018 terug te draaien. Anders zou het voordeel per maatschappij zelfs kunnen oplopen tot € 12.500.

Let op! Het ontvoegen van vennootschappen uit de fiscale eenheid kan leiden tot belastingheffing bij de fiscale eenheid.

1.24 Voorkom verbreking fiscale eenheid, decertificering vóór 1 januari

De moedervennootschap moet sinds 9 december 2016 95% van de gehele juridische en economische eigendom van de aandelen in de dochtervennootschap bezitten. Daarom kan er sindsdien geen fiscale eenheid meer worden aangegaan als de aandelen in de dochtervennootschap zijn ondergebracht in een Stichting Administratiekantoor (STAK) en de aandelen zijn gecertificeerd.

Was in uw geval al sprake van een op 9 december 2016 bestaande fiscale eenheid, waarbij de aandelen in een gevoegde dochtervennootschap al waren gecertificeerd via een STAK, dan geldt voor u een overgangstermijn. Maar die eindigt uiterlijk met ingang van het boekjaar dat aanvangt na 15 oktober 2017. Uitgaande van een fiscale eenheid met het kalenderjaar als boekjaar, betekent dit dat u uiterlijk 31 december 2017 moet hebben gedecertificeerd en de vennootschappelijke structuur moet hebben aangepast.

Onderneemt u niet tijdig actie, dan verbreekt de fiscale eenheid per 1 januari 2018 van rechtswege. Zo’n verbreking van de fiscale eenheid kan tot ongewenste fiscale gevolgen leiden, zoals de waardering van onderlinge schuldverhoudingen en de sanctie na eerdere overdracht van vermogensbestanddelen met een stille reserve. De hoogste tijd dus om snel de opties met uw adviseur te bespreken.

1.25 Bepaal de rechtsvorm van uw onderneming

Bij ondernemers die onder de inkomstenbelasting vallen, is de winst effectief belast tegen maximaal 44,72%. Maar door allerlei faciliteiten komt de belastingdruk vaak nog lager uit.

Drijft u uw onderneming via een bv, dan bedraagt de gecombineerde inkomsten- en vennootschapsbelastingdruk, na aftrek van het loon van de dga, 40% – 43,75%. De dga betaalt wel maximaal 52% inkomstenbelasting over zijn loon. Daardoor is de totale belastingdruk in een bv vaak hoger dan voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Bepaal dus goed welke rechtsvorm voor u voordeliger is.

Let bij het maken van de keuze niet alleen op fiscale aspecten, maar ook op niet-fiscale aspecten.

De maatregelen die in het Regeerakkoord 2017 zijn voorgesteld, zorgen voor een andere gecombineerde belastingdruk. Wanneer de maatregelen worden ingevoerd, is nog niet bekend.

1.26 Wijzig uw boekjaar

Uw onderneming heeft een bepaald boekjaar. Soms kan wijziging van het boekjaar u voordelen brengen. Zo kan dit bijvoorbeeld administratieve voordelen met zich meebrengen, maar ook fiscale voordelen zoals een langere termijn om te herinvesteren of tariefvoordelen. Beoordeel voor het einde van het jaar of uw boekjaar gewijzigd moet worden. Als u dat wilt, dan moet u het besluit hiervoor nog voor het einde van het boekjaar nemen. Laat u hierbij goed adviseren door een RB-adviseur. U kunt immers niet naar willekeur het boekjaar wijzigen.

1.27 Doe een teruggaafverzoek voor bronbelasting bij dividenden, rente of royalty’s

Ontvangt u dividend, rente of royalty’s vanuit het buitenland? Dan wordt op de uitbetaling hiervan bronbelasting ingehouden. Om de teveel ingehouden belasting terug te krijgen, kunt u een verzoek indienen. Hoeveel belasting u terug krijgt, hangt af van het belastingverdrag. Vraag de bronbelasting wel terug. Doet u dit namelijk niet, dan kunt u de niet-teruggevraagde bronbelasting niet verrekenen in uw aangifte.

Let op! Doe het verzoek om teruggave van de ingehouden belasting op tijd. De meeste verdragen bepalen dat het verzoek binnen drie jaar na het jaar van ontvangst moet worden gedaan. Vraag daarom de in 2014 ingehouden belasting nog voor het eind van 2017 terug. De termijn voor het terugvragen van de bronbelasting kan overigens per specifiek geval anders zijn.

1.28 Vraag uw EU-btw over 2017 terug

Als u ondernemer bent voor de btw, dan verricht u waarschijnlijk ook met btw belaste prestaties. U kunt de aan u gefactureerde btw voor zakelijke uitgaven dan in uw periodieke aangifte omzetbelasting verrekenen als voorbelasting.
Gaat het om een teruggaaf van btw op facturen uit een andere EU-lidstaat, dan gaat het anders. Dan moet u namelijk een verzoek om teruggaaf doen via een ‘portal’ van de Belastingdienst. Voor btw over 2017 moet u dit verzoek vóór 1 oktober 2018 (laten) doen. Noteer deze datum dus in uw agenda. Er geldt een drempel van € 50 per jaar. De Nederlandse Belastingdienst stuurt uw verzoek door naar de betreffende EU-lidstaat.

U kunt de buitenlandse btw ook gedurende het jaar terug vragen. De teruggave moet dan minimaal € 400 zijn en het verzoek moet zien op een periode van minimaal 3 maanden.

1.29 Let op de herzieningstermijn

Heeft u in het verleden onroerende zaken aangeschaft en de btw hierop (deels) in aftrek gebracht? Dan wordt deze btw tien jaar ‘gevolgd’. De btw kan worden ‘herzien’ als u die onroerende zaak meer of minder gaat gebruiken voor btw-belaste prestaties.

Heeft u de onroerende zaak in 2017 gebruikt voor prestaties waarvoor geen recht op aftrek bestaat en heeft u eerder alle btw in aftrek gebracht? Dan moet u de herzienings-btw aangeven bij de laatste aangifte van het boekjaar. En heeft u omgekeerd de onroerende zaak in 2017 gebruikt voor prestaties waarvoor wél recht op aftrek bestaat maar heeft u de btw niet in aftrek gebracht? Dan heeft u recht op teruggaaf van de herzienings-btw. Het verzoek om teruggaaf moet ook in de laatste aangifte van het boekjaar worden gedaan.

Voor roerende zaken geldt hetzelfde, maar daar is de herzieningstermijn niet tien maar vijf jaar.

1.30 Vraag btw voor niet-betalende debiteuren terug

Weet u zeker dat cliënten uw facturen niet meer zullen betalen? Dan kunt u de btw op die oninbare facturen die door u al aan de Belastingdienst is betaald weer bij de Belastingdienst terugvragen.
Vanaf 2017 is de vordering in ieder geval oninbaar uiterlijk één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen. Heeft u geen betalingstermijn vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

De nieuwe regels, zoals die sinds 1 januari 2017 luiden, gelden ook voor vorderingen die vóór 1 1anuari 2017 zijn ontstaan. De termijn van één jaar begint voor die vorderingen te lopen op 1 januari 2017.

Vraag de btw op tijd terug: uiterlijk in de aangifte over het tijdvak waarin de hiervóór beschreven éénjaarstermijn is verlopen. Te laat is echt te laat! Zorg er dus voor dat u bij iedere aangifte vanaf 1 januari 2018 een goede ouderdomsanalyse loslaat op uw vorderingen. En vergeet niet om in de aangifte over het eerste tijdvak van 2018 ook de btw op de openstaande facturen van vóór 1 januari 2017 terug te vragen.

1.31 Btw-belaste verhuur: verricht de huurder genoeg btw-belaste prestaties?

Verhuurt u onroerende zaken met btw? Let dan op dat de huurder voldoende met btw belaste prestaties verricht. Hij moet de btw namelijk voor 90% (soms 70%) of meer aftrekken. Als de huurder niet aan die eis voldoet, dan mag u niet met btw aan hem verhuren. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen voor de btw die u zelf moet betalen aan anderen, want deze is dan namelijk niet meer aftrekbaar.

Vraag uw huurder om binnen vier weken na 2017 schriftelijk aan u te verklaren dat hij het gehuurde pand ten minste 90% zakelijk (heeft) gebruikt.

1.32 Btw-ondernemer met weinig af te dragen btw: pas de KOR toe

Bent u ondernemer voor de btw? Ga dan snel na hoeveel btw u in 2017 moet afdragen. Als dat minder is dan € 1.883, dan kunt u mogelijk de kleine ondernemersregeling (KOR) toepassen. In dat geval krijgt u een belastingvermindering of hoeft u misschien helemaal geen btw te betalen.

Let extra goed op als u goederen voor uw onderneming in het buitenland inkoopt. De btw hierop moet u in uw btw-aangifte aangeven als verwerving en vervolgens kunt u die btw ook aftrekken als voorbelasting.Maar die verschuldigde btw hoeft u niet mee te nemen voor de berekening van de KOR.

U kunt, onder voorwaarden, een verzoek doen om te worden ontheven van administratieve verplichtingen. Doe zo’n verzoek vooral vóór 1 januari 2018.

U kunt de KOR alleen toepassen als u natuurlijk persoon bent. Een bv bijvoorbeeld kan de KOR dus niet toepassen.

1.33 Bewaartermijnen: controleer uw administratie

U bent verplicht om uw administratie minimaal 7 jaar te bewaren. In sommige situaties is de bewaartermijn nog langer. Denk bijvoorbeeld aan de gegevens van onroerende zaken waarvoor een herzieningstermijn van 10 jaar geldt, dus in feite ook een langere bewaartermijn. Controleer dus goed of u de gegevens wel in uw dossier houdt. Is de bewaartermijn voorbij? Dan kunt u alles vernietigen. Let erop dat er geen privacygevoelige informatie naar buiten komt.

1.34 Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw

Bestaat er tussen uw houdster-bv en de werkmaatschappij een fiscale eenheid btw? En worden de aandelen van de werkmaatschappij verkocht? De fiscale eenheid btw verbreekt dan. Meld dit bij de Belastingdienst.
Anders blijft de houdster-bv hoofdelijk aansprakelijk voor de btw van de werkmaatschappij, dus ook voor de btw-schuld die ná de verkoop is ontstaan.

1.35 Verwerk privégebruik in de laatste btw-aangifte

Als u als btw-ondernemer in privé gebruik maakt van zaken van de onderneming, dan moet hiervoor btw worden gerekend over het privégebruik. Dit privégebruik moet worden verwerkt in de laatste btw-aangifte van het jaar. Enkele veelvoorkomende posten waar u aan kunt denken:
– correctie voor privégebruik van een woning;
– correctie voor gas, water en elektra;
– correctie voor privégebruik van de auto.

De btw op aanschaf, onderhoud en gebruik van een zakelijke auto kunt u aftrekken, uiteraard voor zover de auto wordt gebruikt voor met btw-belaste activiteiten. Bij privégebruik moet er rekening worden gehouden met de btw daarover.
Voor het privégebruik van de auto kan worden uitgegaan (als uit uw administratie niet blijkt dat het werkelijke privégebruik lager is) van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw. Woon-werkverkeer wordt gezien als privégebruik.
Na afloop van het vierde jaar volgende op het jaar waarin u de auto bent gaan gebruiken, mag u uitgaan van 1,5%. Datzelfde geldt voor auto’s die zijn aangeschaft zonder dat daarbij btw-aftrek heeft plaatsgevonden (marge-auto’s).

Er zijn situaties denkbaar waarin een correctie op grond van het werkelijk gebruik lager is dan de genoemde forfaits van 2,7% of 1,5% van de catalogusprijs inclusief btw. Daarbij valt te denken aan de afwezigheid van woon-werkkilometers, zoals bijvoorbeeld bij ambulante werknemers. Denkt u dat dat ook bij u het geval is, zorg er dan voor dat u dat ook weet te onderbouwen met uw (kilometer)administratie.

1.36 Corrigeer eerdere btw-aangiften

Moet u nu een correctie maken op een eerder ingediende aangifte btw? Dan kunt u deze btw-correctie in de eerstvolgende aangifte omzetbelasting verwerken. Voorwaarde is wel dat de btw-correctie niet hoger is dan € 1.000. Gaat het om een grotere correctie, dan moet u een suppletie doen.

1.37 Teruggaaf btw: verzoek om een ambtshalve teruggaaf

Heeft u de afgelopen jaren te veel btw afgedragen (of te weinig btw teruggevraagd)? Dan kunt u misschien nog een verzoek om teruggaaf indienen (ambtshalve vermindering). Bepaal nog voor het eind van het jaar of u hiermee te maken heeft. De Belastingdienst geeft alleen een vermindering, als uw verzoek is ontvangen voordat er vijf jaar zijn verstreken sinds het einde van het betreffende jaar.

1.38 Doe een suppletie btw zo snel mogelijk

Moet u een btw suppletie indienen? Doe dit dan zo snel mogelijk. Als het namelijk gaat om een te betalen bedrag, dan kan de Belastingdienst u een boete opleggen.

1.39 Controleer btw-schulden op de balans die zien op voorgaande jaren

De Belastingdienst controleert op nog openstaande btw-schulden uit eerdere jaren. Als er op de balans nog een te betalen btw-bedrag staat dat nog niet via een suppletie is betaald, dan kan de Belastingdienst een controle uitvoeren en zelfs een naheffingsaanslag opleggen.

Via beleid van de Belastingdienst kunnen ondernemers met een btw-schuld van meer dan € 50.000 zelfs een boekenonderzoek krijgen.

1.40 Wees kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf

De regels over belastingrente zijn de afgelopen jaren flink gewijzigd. Zeker in vergelijking tot de rente op een spaarrekening is de rente momenteel erg hoog, voor de inkomstenbelasting minimaal 4% en voor de vennootschapsbelasting zelfs minimaal 8%. U moet dus kritisch zijn op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf.

Voor belastingjaren vanaf 2012 vindt de berekening van belastingrente plaats vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar. Wees daarom kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggave. Dient u vooral vóór 1 mei 2018 een verzoek in om een voorlopige aanslag over 2017 te betalen. Dan hoeft u geen belastingrente te betalen voor de belasting waar het om gaat.

Heeft u recht op een (voorlopige) teruggaaf 2017, dan krijgt u pas belastingrente vergoed als de (voorlopige) aanslag op of na 1 juli 2018 wordt opgelegd en de Belastingdienst traag is met het afwikkelen van uw verzoek tot teruggaaf. Hierdoor wordt in veel gevallen geen rente meer vergoed op een uitgestelde teruggaaf.


Tips voor de werkgever en werknemer:

2.1 DGA: beoordeel uw verzekeringsplicht

Bent u dga? Dan doet u er goed aan om uw verzekeringsplicht opnieuw te laten beoordelen. Sinds 1 januari 2016 heeft u namelijk te maken met nieuwe regels voor de werknemersverzekeringen. Misschien heeft u te maken gekregen met een nieuwe behandeling en bent u nu wél verzekeringsplichtig geworden, of juist niet. Misschien is uw feitelijke situatie de afgelopen tijd veranderd. Laat daarom zo snel mogelijk uw verzekeringsplicht opnieuw beoordelen.

2.2 Check de mogelijkheden van de werkkostenregeling!

Binnen de werkkostenregeling, mag een werkgever (maximaal) 1,2% van het totale fiscale loon (vrije ruimte) van al het personeel besteden aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan het personeel. Daarover hoeft u geen loonbelasting te betalen. Over het bedrag daarboven geldt 80% eindheffing. Deze zaken moeten wel worden aangewezen als eindheffingsloon.

Een belangrijk criterium waar u rekening mee moet houden, is het gebruikelijkheidscriterium. Dit houdt in dat vergoedingen en verstrekkingen maximaal 30% mogen afwijken van wat er in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het moet dus gebruikelijk zijn dat uw werknemer vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang belastingvrij krijgt en dat u de loonbelasting/premie volksverzekeringen via de eindheffing voor uw rekening neemt.

De Belastingdienst hanteert een doelmatigheidsmarge: vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot maximaal € 2.400 per persoon per jaar worden sowieso als gebruikelijk gezien. Als de vrije ruimte dit toelaat, kunt u hier dus zonder meer vanuit gaan.

Benut de vrije ruimte. Heeft u nog ruimte in de vrije ruimte? Deze kunt u niet doorschuiven naar een volgend jaar.

Let op zaken waarvoor vrijstellingen en nihilwaarderingen bestaan. Hierover is geen loonbelasting verschuldigd, maar deze gaan niet ten koste van de vrije ruimte.
Pas eventueel de concernregeling toe. Dan ontstaat in feite een gezamenlijke vrije ruimte tussen concernmaatschappijen die uitgewisseld kan worden.

2.3 Voorkom belasting over een extra beloning: dividend in plaats van loon

Drijft u uw onderneming via een bv, en wilt u dit jaar uzelf nog een bonus uitkeren? Door dividend uit te keren in plaats van een bonus, voorkomt u belasting. Over extra loon moet u namelijk maximaal 52% inkomstenbelasting betalen terwijl u over een dividenduitkering gecombineerd maximaal circa 44% belasting betaalt.

Let op! Voor het uitbetalen van dividend moet wel aan de uitkeringstoets worden voldaan. Ga dit altijd na.

2.4 Beoordeel de toepassing van de DBA

Sinds 1 mei 2016 geldt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Onder voorwaarden hoeft u geen loonheffingen in te houden en af te dragen. Uw opdrachtnemer en u moeten daarvoor werken op basis van een overeenkomst van opdracht. Ga daarom na of de arbeidsrelatie met uw opdrachtnemer kwalificeert als een overeenkomst van opdracht. Twijfelt u aan de door u gesloten overeenkomst, dan kunt u gebruik maken van de modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst.

Het is niet verplicht om een (model)vereenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen en goedgekeurd te krijgen. Dit kan echter wel verstandig zijn. Als u een goedgekeurde (model)overeenkomst heeft, werk dan altijd volgens de voorwaarden van de overeenkomst.

Het nieuwe kabinet heeft In het Regeerakkoord aangegeven dat men de DBA wil vervangen.

2.5 Uitfasering pensioen in eigen beheer

Heeft u nog pensioen in eigen beheer? Dan kunt er tot 1 januari 2020 nog voor kiezen om dat pensioen af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting. Kiest u in 2017 nog voor afkoop, dan is 34,5% van de uitkering onbelast. Beoordeel daarom welke keuze voor u voordelig is. Afkoop in 2017 is voordeliger dan in 2018 of in 2019. In 2018 en 2019 is de afkoopkorting nog slechts 25% respectievelijk 19,5%. Wilt u uw pensioen in eigen beheer afkopen, regel dat dan nog dit jaar.

2.6 Beoordeel uw (gebruikelijk) loon

Bent u dga? Dan wordt u geacht ten minste een ‘gebruikelijk’ loon te hebben. U kunt dit loon zelf vaststellen. Uw gebruikelijk loon is ten minste gelijk aan het hoogste van de drie volgende bedragen:
– 75% van het loon uit de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’;
– het hoogste loon van de overige werknemers van de onderneming of de daarmee verbonden lichamen;
– € 45.000.
Soms kunt u een lager gebruikelijk loon hanteren dan € 45.000.

Is uw onderneming een startup? Goed nieuws, want sinds 1 januari 2017 is de gebruikelijk-loonregeling versoepeld voor startups die zich bezig houden met speur- en ontwikkelingswerk en worden gezien als starter voor de S&O-afdrachtvermindering.

Let op! U kunt het loon dat u al heeft genoten, niet met terugwerkende kracht verlagen.

2.7 Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel

Heeft uw onderneming bestelauto’s die aan het personeel ter beschikking worden gesteld? Dan moeten de werknemers in principe belasting betalen over de bijtelling voor het privégebruik. Dit kunt u in sommige gevallen voorkomen. Denk aan:
– niet buiten werktijd gebruikte bestelauto (auto ‘achter het hek’);
– verbod op privégebruik bestelauto;
– verklaring uitsluitend zakelijk gebruik.
U moet het privégebruik wel onmogelijk maken en het autogebruik controleren.
Worden de bestelauto’s doorlopend afwisselend gebruikt en is het privégebruik per werknemer niet te bepalen? Dan kunt u kiezen voor eindheffing van € 300 per bestelauto.

Als de bestelauto door de aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, dan hoeft er geen forfaitaire bijtelling in aanmerking te worden genomen. Bespreek uw situatie met uw RB-adviseur.

2.8 Sluit uw lening over bij de eigen bv

Heeft u een lening bij een bank en heeft u ook een eigen bv? Dan kunt u de lening misschien beter onderbrengen bij uw eigen bv. Dit kan u geld opleveren ten opzichte van de huidige situatie. Belangrijk is wel dat de bv voldoende geld beschikbaar houdt voor de onderneming. De bv en u moeten wel voldoende zakelijk handelen, maar ook dan kan herfinanciering voordelig zijn.
U kunt ook een lening die u bent aangegaan voor uw eigen woning oversluiten bij de eigen bv.

Breng samen met uw RB-adviseur alle voor u mogelijke opties in kaart.

2.9 Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd

De dga en de bv worden nogal eens als één gezien. Strikt genomen is dat natuurlijk niet zo. Dat betekent dat alle overeenkomsten tussen de bv en de dga schriftelijk moeten worden vastgelegd. Ga daarom na of dat voor alle overeenkomsten (arbeidsovereenkomst, pensioenovereenkomst, leningovereenkomst e.d.) is geregeld.

2.10 Zorg voor een verklaring geen privégebruik auto

Als u uw auto van de zaak ook privé gebruikt, dan krijgt u een bijtelling. Rijdt u op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé dan kunt u de Belastingdienst vragen om een ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Daarmee wordt de auto niet tot uw loon gerekend.

2.11 Fiscale subsidie: gebruik de LIV sinds 2017

Sinds 1 januari 2017 kunt u als werkgever een vergoeding krijgen om bijvoorbeeld mensen met een laag inkomen aan te nemen. Dit LIV (lage-inkomensvoordeel) is een fiscale subsidie voor het in dienst hebben van mensen die een salaris hebben tot maximaal 120% van het wettelijk minimumloon.

Het voordeel op de loonkosten per in dienst genomen werknemer is maximaal € 2.000 per werknemer per jaar.

Vanaf 1 januari 2018 kunt u onder voorwaarden in aanmerking komen voor de zogenaamde jeugd-LIV. De jeugd-LIV geldt bij werknemers die op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar zijn.

2.12 Fiscale subsidie: gebruik de LKV vanaf 2018

Als werkgever krijgt u vanaf 1 januari 2018 geen premiekortingen meer voor jongere, oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. In de plaats hiervan komen loonkostenvoordelen (LKV). Deze gelden voor ouderen en mensen met een arbeidsbeperking, zoals een ziekte of handicap. Ga dus snel na of u de LKV kunt krijgen.

De loonkostenvoordelen zijn lager per werknemer dan de premiekortingen, maar meer werkgevers kunnen gebruik maken van de loonkostenvoordelen. En kleine ondernemers kunnen de volledige tegemoetkoming krijgen, in plaats van vergoeding van een deel van de premies.

Om in aanmerking te komen voor een LKV moet u in ieder geval een doelgroepverklaring van uw werknemer hebben. Uw werknemer kan die doelgroepverklaring aanvragen bij UWV of de gemeente.


Tips voor uw privésituatie:

3.1 Belastingteruggaaf bij schommelende inkomsten: middeling

Heeft u in drie opeenvolgende jaren te maken met schommelende inkomsten in box 1? Dan heeft u misschien meer belasting betaald dan wanneer de inkomsten gelijkmatig over die jaren zouden zijn verdeeld. Bepaal daarom of ‘middeling’ voor u een fiscaal voordeel oplevert. Dan wordt over een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren uitgegaan van gemiddelde inkomsten. Voor een teruggaaf geldt wel een drempel van € 545.

Voor een middelingsteruggaaf moet u zelf een verzoek doen bij de Belastingdienst. Daarbij moet een berekening van de middelingsteruggaaf worden verstrekt. De definitieve aanslagen van de betreffende jaren moeten al zijn opgelegd. Het verzoek moet u binnen 36 maanden na de laatste definitieve aanslag indienen. Vanzelfsprekend kan uw RB-adviseur het verzoek voor u verzorgen.

3.2 Lijfrente aftrekken: betaal de premie op tijd

Heeft u een lijfrente? Dan is het belangrijk dat u de premie hiervoor op tijd betaalt. De betaalde premies zijn namelijk aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Wilt u de premie nog in 2017 in box 1 aftrekken, dan moet u deze uiterlijk op 31 december 2017 hebben betaald.
Voor de aftrek is het wel nodig dat er voldoende jaarruimte c.q. reserveringsruimte is. U moet dus een pensioentekort hebben.

Heeft u een onderneming gestaakt en wordt daarvoor een lijfrente aangekocht? Dan heeft u iets meer tijd om uw premie te betalen. Dan moet deze namelijk vóór 1
juli 2018 betaald worden om deze nog in 2017 in aftrek te kunnen brengen.

U kunt natuurlijk ook kiezen voor een lijfrenterekening bij een bank in plaats van een lijfrenteverzekering bij een verzekeraar.

3.3 Koop uw kleine lijfrente af

Heeft u in het verleden een lijfrente afgesloten en valt het rendement op de polis tegen? Overweeg dan om de polis af te kopen. Dit kan soms zonder dat u revisierente (20%) moet betalen. U betaalt dan alleen inkomstenbelasting in box 1.

Om de revisierente te voorkomen, mag de waarde van de af te kopen lijfrente in 2017 niet meer zijn dan € 4.316. De waarde van alle polissen bij dezelfde verzekeringsmaatschappij moeten bij elkaar worden geteld.

3.4 Gebruik de flexibiliteit van ‘oude’ lijfrentepolissen

Heeft u nog een oude lijfrente van vóór 1 januari 1992 (ook wel pre-Brede Herwaardering lijfrente genoemd)? Dan kunt u verschillende keuzes maken voor deze lijfrente. De regels voor deze oude lijfrenten zijn namelijk heel flexibel. Zo mag u kiezen om de uitkeringen uit de verzekering ook aan anderen te laten toekomen. Daarbij kunt u kiezen voor een uitkering ineens en voor uitkeringen in termijnen.

3.5 Extra aftrek eigen woning: betaal rente vooruit

Heeft u een eigen woning met een eigenwoningschuld? Dan is de rente aftrekbaar. U mag in 2017 de rente aftrekken die u in 2017 betaalt. Heeft u wat geld over? Dan kunt u dit jaar een extra aftrek in 2017 krijgen door de rente voor de eerste zes maanden van 2018 al dit jaar te betalen.

Neem tijdig contact op met uw bank om dit nog voor het eind van het jaar te regelen.

Extra voordeel van het vooruitbetalen van rente is dat de rente die u in 2017 al heeft betaald op 1 januari 2018 niet meer tot uw vermogen behoort. Hier betaalt u dus geen belasting in box 3 over.

3.6 Woning onder water: verkoop deze (toch) nog dit jaar

Heeft u een restschuld voor een eigen woning of krijgt u die nog in 2017?
Dan mag u de rente daarop 15 jaar aftrekken. Dat geldt ook als u niet aflost op de restschuld of geen nieuwe eigen woning koopt. Na die 15 jaar, kunt u de rente niet meer aftrekken. Vanaf 1 januari 2018 wijzigen de regels. Als er dan een restschuld ontstaat, dan krijgt u geen aftrek meer voor de rente over de restschuld. Bent u dus van plan om uw woning binnenkort te verkopen en staat deze onder water? Overweeg dan om de woning dit jaar nog te verkopen en het verlies te nemen, zodat u nog wel recht heeft op renteaftrek.

Let op! Alleen als u uw woning nog dit jaar levert aan de nieuwe bewoners kunt u nog gebruik maken van de regeling voor restschulden.

3.7 Los uw (kleine) hypotheek af.

Heeft u een eigen woning en een kleine eigenwoningschuld? Overweeg dan om deze (gedeeltelijk) af te lossen. Dan krijgt u weliswaar geen renteaftrek meer, maar dan krijgt u door de zogenaamde Hillen-aftrek ook niet meer te maken met het eigenwoningforfait. Die Hillen-aftrek komt overeen met het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Aflossing is al gunstig als de te betalen rente daardoor lager is dan de bijtelling van het eigenwoningforfait. Hoewel dat wel meer voordeel kan opleveren, hoeft u dus niet de hele schuld af te lossen. Bijkomend voordeel is dat het geld waarmee u de hypotheek aflost, niet meer tot de grondslag van box 3 behoort, zodat u daarover geen belasting betaalt.

Is de WOZ-waarde van uw woning hoger dan € 1.060.000, dan heeft u een verhoogd eigenwoningforfait (bijtelling). Maar ook dan is het voordelig om de schuld af te lossen.

Let op! Het zal naar alle waarschijnlijkheid niet meer altijd even voordelig zijn om een (kleine) hypotheek versneld af te lossen. Het nieuwe kabinet heeft immers voorgesteld om de Hillen-aftrek vanaf 2019 in 30 jaar af te bouwen. Dat betekent dat u in uw aangifte over 2019 nog maar 96 2/3% van de Hillen-aftrek in aanmerking kunt nemen, in 2020 nog maar 93 1/3% et cetera. Bespreek uw plannen daarom vooraf met uw RB-adviseur.

3.8 Leen uw kinderen voor hun eigen woning

Ook nu nog staat de rente erg laag en levert sparen erg weinig op. Sterker nog, in box 3 betaalt u ook nog belasting over dit spaargeld. U kunt overwegen om het geld uit te lenen, bijvoorbeeld aan uw kinderen, zodat zij een aankoop of verbouwing van een woning kunnen financieren. Dit heeft voor u beiden voordeel, want u heeft dan een goed rendement op het vermogen en uw kinderen krijgen gemakkelijker een lening.

Let er wel op dat de lening onder zakelijke voorwaarden wordt aangegaan.

3.9 Bespaar belasting in box 3: stort extra in uw kapitaalverzekering eigen woning

Heeft u een kapitaalverzekering? Dan kunt u overwegen om nog voor het eind van het 2017 een extra storting te doen. Daarmee bespaart u per 1 januari 2018 belasting in box 3 over het bedrag. Ook kan het rendement in uw kapitaalverzekering verbeteren.

U kunt hetzelfde doen als u een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW) heeft.

3.10 Verzoek om dubbele vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering eigen woning

Komt uw kapitaalverzekering eigen woning (KEW) tot uitkering, en heeft u het hele jaar dezelfde fiscale partner? Dan kunt u gebruik maken van een dubbele vrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning, ook al wordt maar één van u beiden als begunstigde in de polis genoemd. Vroeger kon dit alleen als beide partners begunstigde waren. Sinds 1 januari 2016 kunt u bij de aangifte een verzoek doen om de uitkering voor de helft aan beide partners toe te rekenen.

Heeft u een verzoek om dubbele waardevrijstelling gedaan, dan kunt u hier niet op terugkomen.
Hetzelfde geldt voor een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW).


3.11 Bespaar belasting in box 3: verlaag de grondslag

Als u vermogen heeft, dan moet u hierover belasting betalen. Er wordt uitgegaan van het saldo van uw bezittingen minus schulden per 1 januari 2018. Door de bezittingen in box 3 te verminderen, hoeft u dus minder belasting te betalen. Bent u van plan om uitgaven te doen, probeer deze dan nog te doen in 2017 in plaats van in 2018. Denk bijvoorbeeld aan de aankoop van bezittingen voor persoonlijke doeleinden (zoals sieraden of een auto) of het vooruitbetalen van verplichtingen (zoals verzekeringen). U kunt bijvoorbeeld ook ‘groene’ beleggingen aankopen. Per persoon geldt daar een extra vrijstelling van € 57.385 voor, dus voor partners totaal € 114.770.

Moet u nog een belastingaanslag betalen? Deze telt in principe niet mee als schuld in box 3. U kunt deze dan dus beter voor het eind van het jaar betalen zodat het geld niet meer tot uw vermogen behoort.

Bijkomend voordeel: Door de rendementsgrondslag van box 3 te verlagen kunt u ook recht hebben op (extra) zorgtoeslag.

3.12 Bespaar belasting in box 3: leen geld uit aan uw bv

Heeft u nog geld op uw bankrekening staan? Dan valt dit in box 3. Als u geld uitleent aan uw bv, dan ‘verschuift’ het uitgeleende bedrag van box 3 naar box 1. Daarmee voorkomt u dat u belasting in box 3 moet betalen. U voorkomt de belasting niet helemaal. Omdat u geld aan uw bv leent, is de rente die u ontvangt wel belast in box 1 tegen maximaal 52%. Dit kan echter nog steeds voordeliger zijn dan de belasting in box 3.

Het uitgeleende bedrag moet minimaal zes maanden aan de bv worden uitgeleend.

3.13 Bespaar belasting in box 3: stort geld in uw bv

Heeft u nog een flink saldo op uw bankrekening staan? Dan betaalt u hier belasting over in box 3. U kunt deze belasting (deels) voorkomen door dit als kapitaal in uw bv te storten. Het geld valt dan niet meer in box 3, dus u betaalt er geen belasting over. Verder heeft de bv meer liquiditeit.

Het geld kan slechts onder voorwaarden weer onbelast uit de bv worden gehaald. Een gang naar de notaris is hiervoor bijvoorbeeld noodzakelijk.

3.14 Bespaar belasting in box 3: plan de aankoop van uw woning goed

Heeft u plannen om een woning te kopen? Dan is het belangrijk om de levering bij de notaris goed te plannen. Steekt u namelijk eigen geld in de woning, en vindt de levering van de woning pas in 2018 plaats, dan moet u uw eigen geld op 1 januari 2018 gewoon in box 3 opnemen en moet u hier dus gewoon belasting over betalen. Vindt de levering nog dit jaar plaats, dan geldt dat niet. Maak dus goede afspraken over de aankoop.

3.15 Bespaar belasting in box 3: plan de verkoop van uw woning goed

Heeft u plannen om een woning te verkopen? Dan is het belangrijk om de levering bij de notaris goed te plannen. Als u namelijk verkoopwinst behaalt, dan is die winst in feite uw vermogen. Als de levering bij de notaris nog in 2017 plaatsvindt, dan moet u over die winst al in 2018 belasting betalen in box 3. Als de overdracht ná 1 januari 2018 plaatsvindt, dan wordt deze in 2018 echter nog niet meegenomen in box 3. Maak dus goede afspraken voor de verkoop.

3.16 Bespaar belasting in box 3: bepaal de waarde van uw verhuurde woning

Heeft u een woning in box 3 die u verhuurt (dus niet uw eigen woning)? En geldt hiervoor huurbescherming? Dan geldt voor de waarde in box 3 niet de WOZ-waarde, maar slechts een bepaald percentage van de WOZ-waarde. Als die waarde echter minimaal 10% hoger is dan de werkelijke waarde, mag u uitgaan van die lagere werkelijke waarde. U moet wel de werkelijke waarde kunnen aantonen.

Hetzelfde geldt voor de heffing van schenk- en erfbelasting. Ook daarvoor wordt uitgegaan van de WOZ-waarde gecorrigeerd met een zogenaamde leegwaarderatio. En ook daarvoor heeft de Hoge Raad in 2016 bepaald dat als de op die manier becijferde waarde minimaal 10% hoger is dan de werkelijke waarde, van die werkelijke waarde mag worden uitgegaan.

3.17 Plan de betaling van uw zorgkosten

Als u zorgkosten heeft, dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. De kosten moeten wel boven een bepaalde drempel uitkomen. Hoe hoog de drempel is, hangt af van uw verzamelinkomen, vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. De drempel is dus geen vast bedrag. Heeft u zorgkosten, betaal deze kosten dan dit jaar nog. Dan zijn deze mogelijk nog in 2017 aftrekbaar.

U mag alleen het deel van de kosten aftrekken dat uitkomt boven de drempel. De mogelijkheid om uw zorgkosten af te trekken is de laatste jaren sterk beperkt. Kosten die onder het verplicht en/of vrijwillig eigen risico vallen, mag u sowieso niet aftrekken

3.18 Afschaffing aftrek scholingskosten: plan uw uitgaven

Als u scholingskosten heeft, dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. Belangrijk is dat deze kosten moeten zijn gemaakt voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen uit werk en woning te verwerven. Voor de aftrek geldt overigens een drempel van € 250, maar ook een plafond. Als u te maken heeft met scholingskosten, betaal de kosten dan nog in 2017. Dan zijn deze mogelijk nog in 2017 aftrekbaar.

Er zijn plannen om de regeling voor aftrek van scholingsuitgaven met ingang van 2019 af te schaffen. Deze zal dan worden vervangen door een niet-fiscale regeling.

Als u met scholingskosten te maken heeft, maak deze dan zoveel mogelijk in één jaar zodat u sneller over de aftrekdrempel heen gaat.

3.19 Afschaffing aftrek onderhoudskosten monumentenwoning: plan uw uitgaven

Bezit u een of woont u in een monumentenwoning? Dan zijn de onderhoudskosten hiervan voor 80% aftrekbaar. De kosten zijn in 2017 aftrekbaar als u deze in 2017 nog betaalt, verrekent of rentedragend maakt.

Er waren plannen om de aftrek van onderhoudskosten voor een monumentenpand per 1 januari 2017 af te schaffen. De streefdatum is nu 1 januari 2019.

3.20 Bepaal of uw vordering uit durfkapitaal nog kann worden geïnd

Heeft u vóór 2011 een lening verstrekt aan een startende ondernemer (een zogenoemde ´tante Agaath-lening’)? Ga dan na of deze vordering nog wel kan worden geïnd. Kan dat niet meer, dan kan onder voorwaarden een aftrek worden geclaimd. U moet de vordering dan wel kwijtschelden.

3.21 Buitenlands belastingplichtige: verzoek om teruggaaf dividendbelasting

Woont u in het buitenland en ontvangt u portfolio dividenden uit Nederland? U kunt dan misschien teruggaaf van dividendbelasting krijgen. Nederlandse inwoners kunnen de dividendbelasting verrekenen met de inkomstenbelasting, terwijl de dividendbelasting voor u een eindheffing is. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat de belastingdruk voor u niet hoger mag zijn dan voor een vergelijkbare Nederlandse inwoner. Heeft u een hogere belastingdruk, dan kunt u dus verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.

Buitenlands belastingplichtigen kunnen de Nederlandse ingehouden dividendbelasting middels een teruggaafverzoek terugkrijgen. Doe dit op tijd: binnen vijf jaar.

3.22 Dien een T-biljet in

Heeft u de afgelopen jaren teveel belasting betaald? En is het bedrag dat u kunt terugkrijgen groter dan de grens voor de teruggaaf? Dan kunt u een T-biljet indienen. Doe dit snel, want dit moet binnen vijf jaar na het eind van het kalenderjaar worden gedaan. Dus voor 2012 kunt u dit nog tot eind 2017 doen.

3.23 Maak gebruik van jaarlijkse vrijstellingen

Voor kinderen die een schenking van hun ouders krijgen, geldt in 2017 een reguliere schenkingsvrijstelling van € 5.320.

Deze vrijstelling kan worden verhoogd tot € 25.526. De verhoogde vrijstelling kan slechts eenmaal worden benut door een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar oud is.

De eenmalig verhoogde vrijstelling kan extra worden verhoogd tot € 53.176 (2017) als sprake is van schenkingen voor studie/opleiding. Is sprake van een schenking voor de eigen woning, dan geldt zelfs (sinds 2017) een extra verruimde schenkingsvrijstelling van € 100.000. Zie ook de tip hierna.

Een mooi voordeel van schenkingen die voor het eind van het jaar zijn ge-daan, is dat deze op 1 januari 2018 niet worden meegenomen voor box 3.

3.24 Maak gebruik van de verruimde schenkvrijstelling voor de eigen woning

Vanaf 1 januari 2017 kunt u aan personen – kinderen en derden – die tussen de 18 en 40 jaar oud zijn eenmalig onbelast € 100.000 schenken voor de eigen woning.

Belangrijk is dat u de schenking schriftelijk vastlegt. U hoeft hiervoor niet per sé naar de notaris te gaan, de schenking voor de eigen woning kan namelijk onderhands worden gedaan. Zorg ervoor dat de aangifte schenkbelasting vóór 1 maart 2018 wordt gedaan, maar vooral dat in de aangifte een beroep wordt gedaan op de vrijstelling.

Is er tussen 2010 en 2014 gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling, dan kan de verhoogde vrijstelling in 2017 niet worden gebruikt. Maar ook in andere gevallen leidt een eerder benutte verhoogde schenkingsvrijstelling tot een beperking van de maximale vrijstelling van € 100.000. Ook die beperking kan dusdanig zijn, dan het totaal vrijgestelde bedrag lager is dan € 100.000. Laat u dus goed begeleiden door uw RB-adviseur.

3.25 Begiftigde te oud: toch de hoge vrijgestelde schenking

De eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling geldt alleen als de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar oud is. Valt de begiftigde niet (meer) in die leeftijdsgroep, dan is de eenmalig verhoogde vrijstelling niet meer van toepassing. Valt de partner van de begiftigde nog wel in de genoemde leeftijdscategorie, dan kan de begiftigde de vrijstelling alsnog toepassen.

Let op! U moet partner zijn voor de erf- en schenkbelasting. Daarvoor gelden andere eisen als voor het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting.

3.26 Verbind voorwaarden aan uw schenkingen

Als u schenkt, kijk dan goed of u voorwaarden wilt verbinden aan de schenking. Een veel voorkomende bepaling is een uitsluitingsclausule. Daarmee kunt u het risico voorkomen dat de schenking aan uw kind bij zijn of haar scheiden bij de schoonfamilie van uw kind terecht komt. U kunt ook bepalen dat schenkingen onder bewind worden gedaan. Dan wordt de macht over het vermogen voorbehouden. Wellicht ook te overwegen: een herroepelijke schenking. De herroepelijkheid zorgt ervoor dat u een schenking kunt terugdraaien.

Let op! Voor een beroep op de verruimde vrijstelling voor de eigen woning moet er sprake zijn van een onvoorwaardelijke schenking. Daarbij is een herroepelijk schenking dus niet toegestaan.

3.27 Belastingvoordeel op termijn: Doe een papieren schenking

Wilt u schenkingen doen aan (bijvoorbeeld) uw kinderen maar heeft u onvoldoende vermogen? Dan kunt u overwegen om een papieren schenking te doen (een schulderkenning uit vrijgevigheid). Dit houdt in dat u het geschonken bedrag schuldig blijft aan de kinderen. Hierdoor verliest u niet de beschikking over het vermogen, maar kunt u op langere termijn toch een belastingvoordeel bereiken. Uw schuld aan de kinderen is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.

Zorgt u ervoor dat u ieder jaar wel 6% rente betaalt over de schuld. Doet u dat namelijk niet, dan wordt de schuld niet gezien als een schuld van de nalatenschap en moet hier toch erfbelasting over worden betaald.

3.28 Stem uw giften aan ANBI’s

Doet u giften aan een ANBI, een culturele ANBI of aan een steunstichting SBBI, dan zijn deze aftrekbaar. Hiervoor geldt een drempel van 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. De aftrek van de gift is overigens maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek. Zorgt u ervoor dat uw giften zijn afgestemd op de drempel voor en het maximum aan de aftrek.

Gaat het om een gift aan een culturele ANBI, dan is uw voordeel nog groter, want de aftrek wordt dan verhoogd met 25%. Deze verhoging van de aftrek geldt alleen nog in 2018. Het maximale bedrag aan giften waarvoor deze verhoging geldt is € 5.000, dus de verhoging is dan € 1.250.

Als u niet boven de drempel voor de giftenaftrek uitkomt, overweeg dan om giften in één jaar te doen waardoor u misschien wél boven de drempel uitkomt.

3.29 Vervang uw gewone gift door een periodieke

De giften die u aan een ANBI doet, zijn aftrekbaar als zij boven een drempel uitkomen. Deze is 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. En er is een maximum aan aftrek: maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek.

Zijn uw giften aan een ANBI niet (volledig) aftrekbaar, overweeg dan om de gift te vervangen door een periodieke gift. Hiervoor geldt namelijk geen drempel.

Periodieke schenkingen kunnen in een notariële akte worden opgenomen, maar dat hoeft niet. Een onderhandse akte is voldoende. U kunt de daarvoor benodigde formulieren downloaden van de site van de Belastingdienst. De looptijd van de periodieke schenking is minimaal vijf jaar.

3.30 Laat uw testament (regelmatig) controleren

Heeft u een testament? Gewijzigde wetgeving, een nieuwe persoonlijke situatie en misschien ook wel nieuwe wensen maken dat uw testament misschien niet meer optimaal is. Daarom doet u er goed aan om uw testament (regelmatig) te laten controleren.

Met een goed testament kunt u mogelijk ook belasting besparen.

3.31 Huwelijksvoorwaarden vergeten? Maak deze alsnog op

Bent u onlangs getrouwd? En was het de bedoeling om huwelijksvoorwaarden op te maken, maar bent u dat onverhoopt vergeten? Dan kunt u dat in 2017 alsnog doen. Als u namelijk kunt aantonen dat u al voor u ging trouwen van plan was om huwelijkse voorwaarden aan te gaan, dan kunt u dat alsnog doen. Uiteraard mag u dan geen scheidingsprocedure hebben doorlopen.

De huwelijksvoorwaarden moeten binnen drie jaar na het sluiten van het huwelijk worden gemaakt.

In de plannen die het kabinet op Prinsjesdag 2017 heeft gepubliceerd, zijn ook plannen opgenomen over het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden. Als die plannen per 1 januari 2018 worden aangenomen, dan vervalt voormelde goedkeuring mogelijk.

3.32 Laat uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren

Heeft u huwelijksvoorwaarden? Dan is er een grote kans dat de keuze over de inhoud bij het aangaan van het huwelijk is gemaakt. Het kan natuurlijk dat andere huwelijksvoorwaarden beter bij uw huidige situatie passen. De wetten zijn gewijzigd en misschien uw persoonlijke situatie en wensen ook. Laat uw huwelijksvoorwaarden daarom (regelmatig) controleren en, indien nodig, aanpassen.

3.33 Huwelijksvoorwaarden: kom uw periodiek verrekenbeding na!

Heeft u huwelijksvoorwaarden met een periodiek verrekenbeding?Dan is het heel belangrijk dat u deze steeds nakomt. Met andere woorden, verreken de inkomsten periodiek. Doet u dat namelijk niet, dan kan dat grote nadelige gevolgen hebben. Mocht het huwelijk namelijk onverhoopt eindigen, dan wordt afgerekend alsof er sprake was van een gemeenschap van goederen.

3.34 Nieuw huwelijksvermogensrecht 2018: kijk wat u wilt

Als u in 2017 wilt trouwen, dan geldt standaard een wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Wilt u uw voorhuwelijkse vermogen daarvan uitsluiten, dan zult u naar de notaris moeten om dit te regelen. Als u nog geen trouwdatum heeft vastgelegd, kunt u overwegen om te wachten tot 2018. Dan geldt de beperkte gemeenschap als standaard zodat u dus niet naar de notaris hoeft. Andersom geldt dus ook. Wilt u in 2018 trouwen maar wilt u eigenlijk een algehele gemeenschap, kijk dan of u nog dit jaar kunt trouwen.

3.35 Aangaan/wijzigen huwelijksvoorwaarden: schenking?

De staatssecretaris van Financiën vindt dat het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden soms een schenking inhoudt. Om dit duidelijker te maken, wil hij de wet per 1 januari 2018 wijzigen.
Uit de voorstellen blijkt dat in sommige gevallen het aangaan/wijzigen van huwelijkse voorwaarden in 2017 nog geen schenking inhoudt, maar in 2018 wel. Andersom komt ook voor: het aangaan/wijzigen in 2017 houdt dan nu wél een schenking in, maar in 2018 juist niet. Het kan daardoor interessant zijn om nog dit jaar of juist in 2018 uw huwelijksvoorwaarden aan te gaan of te wijzigen. Uw RB-adviseur staat u graag met raad en daad terzijde.



Deze tips worden u ter beschikking gesteld door Accountantskantoor Smit en het Register Belastingadviseurs (RB), dat gevestigd is aan de Brenkmanweg 6, 4105 DH, te Culemborg.
De RB-special ‘Eindejaarstips’ is een jaarlijkse uitgave van het RB en is met zorg voor u samengesteld. Ondanks de zorgvuldige samenstelling van de inhoud van deze notitie kan het RB en Accountantskantoor Smit geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor schade, direct dan wel indirect, ten gevolge van eventuele fouten, vergissingen of onvolledigheden van de aangeboden informatie.

Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Register Belastingadviseurs.

in Nieuws